Thursday, August 2, 2012

Brug

Zomer is niet mijn ding.
Jeukende en opgezwollen hooikoortsogen alsof een zwerm prikgrage wespen je weke oogbol stuiterend op hun angels als springkussen hebben gebruikt.
Ongevraagde blootstelling aan nakende slippertenen die de veilige kooi van een schoen of sok nooit hadden mogen verlaten.
Buurlijk navelpluis welke tot in het pikzwart van de warme zomernacht op hun bebierde balkonnetjes luid en laveloos de hele wijk van slaap onthouden.
En zo ook bruggen. Ik heb een bloedspuiende poephekel aan bruggen.

Als fiere vlagzwaaier van een waterprovincie stikt het in Leeuwarden dankzij kronkelende grachtjes en kanalen van de ophaalbruggen.
Het leven geeft je een aai over je bol als je aan dek van een kotter staat, maar schopt je echter trefzeker in je gezicht wanneer je de beteerde asfaltweg in plaats van de waterweg bereist. Want gezegend zijn de drijvende stukken epoxy die het voorrecht genieten dat zij geboren zijn als Waterdrijvers. Heersers van de Beweegbare Straatplaat. Splijters van Weghelften. Neerhalers van Roodgestreepte Orde der Slagbomen. Zouden eenen brug hun liquide paade versperren, dan maakt dat nog geen blubberende flikker uit, want een brug spreidt onmiddellijk haar stalen benen zodra er weer zo'n stomme boot voor staat te wachten.
Boten hebben namelijk ongeacht het tijdstip altijd een streepje voor, in tegenstelling tot ons plebiaanse wielgebruikers, die lijdzaam en halfdood in de verzengende hitte moeten wachten tot de samenzwerende brugbaviaan met het klompje het blieft de brug te laten zakken. Vervolgens krijgt de gehele armada aan gehuurd polyester het groene licht door de opening te varen en wordt er een tijdsduur ten lengte van een sudoku-puzzel gewacht of er misschien binnen brug en drie kilometer gezichtsveld een boot dobbert die te beroerd is z'n bootpiemel te strijken waardoor het grachtendeksel weer open moet.
En dan hebben we het nog niet eens over de krasserige autoradiootjes waarvan het volume het geluid van de uitgezette motor moet compenseren, het feit dat die feeks van een zon je levend tussen de spijlen van het frame wil koken, van die nare mensen die het voertuig verlaten om uitgebreid op de mossige vangrail te zitten en door welk timingloos hersenfalen dan ook niet op tijd terug in de auto stappen, en er komt altijd wel een egocentrische longverkankeraar op het kotstastische idee een wee├»g meurende sigaret op te steken. Met de ramen open natuurlijk. Want je zult die stank maar in je eigen auto krijgen. Dat is natuurlijk heel vies.

Zomer is gewoon absoluut niet mijn ding.
En roest aan alle bruggen :P

4 comments:

Yfke said...

YEAH! ROEST AAN UW BRUGGEN!!
(en de builenpestpokkegriep aan alle ongevraagd nakende bierbuiktorso-combo's =.=)

Kaatje (Els) said...

lol :-) maar niet LOL aan de hooikoortsogen ...

Noni said...

Dammit. Bierbuiken en hooikoortsogen. How can I forget :P

Anna said...

AMEN!!